Tip #2 d of dt

Tip #2: d of dt?

D of dt? Dat is de vraag. Je ziet het vaak fout gaan in Facebookberichten. Of bijvoorbeeld op Twitter. Bijvoorbeeld met werkwoorden als vinden of worden. Bij de ‘derde persoon enkelvoud’ lukt het vaak nog wel. Stam plus t, zoals we het op de basisschool geleerd hebben. Maar bij de ‘tweede persoon enkelvoud’ wordt het al lastiger. Wanneer doen we nu alleen een d of juist dt? Zonder uitvoerig op de regels in te gaan hierbij een ezelsbruggetje.

d of dt?

Een eenvoudig ezelsbruggetje

Hoe weet je nu exact of je ‘vinden’ met een d of dt schrijft? Heel eenvoudig. En misschien gebruik je deze tip al. Je vervangt ‘vinden’ tijdelijk voor een ander werkwoord. Zelf gebruik ik vaak het werkwoord ‘lopen’. Al krijg je daar soms wel heel rare zinnen van. Je kunt bijvoorbeeld ook het woord ‘denken’ gebruiken.

‘Wat denk je van mij?’ wordt dan ‘Wat vind je van mij?’
‘Je loopt op een pad’ wordt dan ‘Je vindt een pad’

‘Wat denkt u van mij?’wordt dan ‘Wat vindt u van mij?’
‘U loopt op een pad’wordt dan ‘U vindt een pad’

Formeel of informeel

Zoals je dus kunt zien is er nog een verschil tussen formeel (u) en informeel (je). Formeel schijnt zich te gedragen als de ‘derde persoon enkelvoud’. Dus daar kun je het al bijna niet fout doen. En als je maar vaak genoeg dit ezelsbruggetje gebruikt gaat het bij de ‘tweede persoon enkelvoud’ ook niet meer fout.

Let op: ‘Je’ kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn. Gebruik dus als je twijfelt ‘jij’. Of probeer er een zelfstandig naamwoord zoals ‘moeder’, ‘vader’, of ‘fiets’achter te plaatsen.

Wil je meer tips lezen? Dan vind je ze hier. En wil je hulp bij een schrijfopdracht? Of wil je graag advies over online marketing? Neem dan gerust contact met me op. Ik help je graag.